Ervin Marton

de poëtische chroniqueur van het Parijse leven
Ervin Marton (1912–1968), geboren in Boedapest als Marton Ervin, was een Franco-Hongaarse fotograaf en veelzijdig kunstenaar.

Ervin Marton

– humanist, straatdichter en portrettist van een tijdperk –

Ervin Marton (1912–1968), geboren in Boedapest als Marton Ervin, was een Franco-Hongaarse fotograaf en veelzijdig kunstenaar. Vanaf 1937 vestigde hij zich in Parijs, waar hij een onmisbaar deel werd van het artistieke leven. Als autodidact in de fotografie, maar met een formele opleiding in tekenen en beeldhouwen, combineerde hij een scherp oog voor de straat met intieme portretten van grote namen uit kunst, literatuur en wetenschap.

Net als zijn Hongaarse landgenoten Brassaï en André Kertész, en tijdgenoten als Robert Capa, emigreerde hij naar Parijs op zoek naar vrijheid en creatieve ruimte. Tijdens de Duitse bezetting sloot hij zich aan bij het Franse verzet (FTP-MOI). Na de oorlog werd hij de stille kroniekschrijver van een herrijzend Frankrijk: van levendige straten tot de bruisende culturele scene.

Straat en atelier

Marton bewoog zich moeiteloos tussen twee werelden. Aan de ene kant de straatfotografie: spelende kinderen, bedelaars, straatmuzikanten, cafétaferelen en etalages – alledaagse momenten vol poëtisch realisme, vaak verwant aan het werk van Eugène Atget. Aan de andere kant de portretten: van Pablo Picasso, Jean Cocteau, Marc Chagall, Albert Camus, Jacques Prévert, Jean Genet, Louis Armstrong tot Charlie Chaplin.

Zijn zwart-witbeelden kenmerken zich door rustige betrokkenheid en heldere composities. Hij zocht niet het spectaculaire, maar het menselijke: de waardigheid in het alledaagse, de diepte achter een blik, de poëzie van het gewone. Marton noemde zichzelf soms “photo-poet” – en dat is precies wat zijn werk uitstraalt.

In het gezelschap van Hongaarse Parijzenaars

Ervin Marton maakte deel uit van een opvallende golf van Hongaarse (en Oost-Europese) fotografen die Parijs verrijkten met een mengeling van melancholie, ironie en diepe menselijkheid. Waar Capa het drama van conflict zocht, Brassaï de nachtelijke ziel van de stad en Kertész de poëzie van het alledaagse, vond Marton zijn eigen weg in een rustiger, invoelend straat- en portretwerk.

Persoonlijke reflectie

Wat mij raakt aan Ervin Marton is zijn vermogen om zowel de levendigheid van de straat als de innerlijke wereld van kunstenaars vast te leggen. In een tijd van grote veranderingen bleef hij een stille getuige met een warm, humanistisch oog. Zijn foto’s voelen als gesprekken: soms ironisch, altijd ontroerend, met een diepe nieuwsgierigheid naar wat mensen verbindt. Zijn werk toont hoe fotografie kan dienen als brug tussen culturen, tussen verleden en heden, tussen het zichtbare en het onzichtbare.

Beide foto’s heb ik gemaakt uit een boekje dat ik vond via antiquariaat, getiteld « Paris, m’a souri » van Maurice Fombeure – illustrations Ervin Marton – Editions Alpina. 

Of lees mijn SYNTHESE, wat verbindt en wat onderscheidt.

Ervin Marton (1912–1968), geboren in Boedapest als Marton Ervin, was een Franco-Hongaarse fotograaf en veelzijdig kunstenaar.