Eva Besnyö

Fotomuseum Den Haag Eva Besnyö door Cas Oorthuys

Eva Besnyö

– Eén onafhankelijke blik op de twintigste eeuw –

Eva Besnyö (1910–2003), geboren als Éva Besnyő in Boedapest, was een Hongaars-Nederlandse fotografe die met een scherpe, betrokken en vaak poëtische blik een van de stemmen van de Nieuwe Fotografie werd. Als emigrante en zelfstandige vrouw bouwde zij een eigenzinnige praktijk op, van Berlijnse straat tot Dolle Mina. In het najaar van 2026 toont Fotomuseum Den Haag De bevrijde camera, een groot overzicht na de verwerving van meer dan 340 afdrukken.

Op haar zestiende kreeg ze een Kodak Brownie en besloot fotograaf te worden. Bij József Pécsi leerde ze het vak. In hetzelfde huis aan de Városház utca woonde Endre Friedmann, drie jaar jonger, later Robert Capa. Zij nam hem mee de stad in en gaf hem de eerste fotolessen; de meisjes noemden hem Cápa, haai. In 1930 vertrok ze naar Berlijn. Daar werd haar stijl modern en kaal: scherp, contrastrijk, zonder opsmuk. Portret, architectuur, straat, sociale reportage. Uit die jaren stamde Jongen met cello (1931) — poëzie én sociale alertheid. Capa zocht haar in 1931 in Berlijn op; via haar en György Kepes kwam hij in de fotografische kringen terecht. Daarna splitsten de wegen: hij naar Parijs en de oorlogen, zij in 1932 naar Amsterdam, weg van het nazisme.

In Nederland kwam ze via John Fernhout, met wie ze in 1933 trouwde, in de kring van Charley Toorop. Ze opende een praktijk, deelde vanaf 1934 atelier aan de Keizersgracht met Carel Blazer, en werd gezicht van de Nieuwe Fotografie. Rond 1937–38 leerde ze Maria Austria kennen in het linkse Filmliga-milieu — ‘allemaal antifascisten, bohémiens en vrije geesten’, zei Besnyö later. Hetzelfde jaar tilde ze de fotografie het museum in. Foto ’37 in het Stedelijk (19 juni–september 1937) organiseerde ze als secretaris-penningmeester van de commissie, naast Paul Schuitema en Cas Oorthuys. Zo’n 1500 beelden, internationale namen, een expliciet doel: fotografie erkennen als maatschappelijke kunst. Oorthuys ontwierp het vouwblad en portretteerde haar; op de persconferentie staan Sandberg, Fernhout, Besnyö, Wim Brusse en Schuitema op één rij. Brusse werd later haar tweede man.

Onderduiken

In 1942 dook ze onder. Via Willem Arondeus kreeg ze in februari 1944 een ‘geariseerd’ persoonsbewijs. Samen met Brusse maakte ze pasfoto’s voor valse papieren; Maria Austria en Henk Jonker deden hetzelfde werk. Oorthuys liep een parallel spoor en sloot zich in 1944 aan bij De Ondergedoken Camera. Besnyö zelf zei later dat zij ‘niet zwaar in het verzet’ zat — Blazer wel — maar de camera was in die jaren geen vrij beroep meer, het was een middel om te overleven en anderen te laten overleven. Toen Capa in 1945 met de Canadezen binnenkwam, zocht hij haar op met een mand sigaretten, chocolade en filmrolletjes. ‘Hij had een hart van goud.’

Op 1 september 1945 richtten Besnyö, Oorthuys, Austria, Andriesse, Blazer en anderen de fotografievakgroep van de GKf, de beroepsvereniging van precies het netwerk dat ook Foto ’37 had gedragen. Na de oorlog fotografeerde ze wederopbouw, architectuur en opdrachtwerk, altijd met mensen in het beeld. In de jaren zeventig werd ze de ogen van Dolle Mina: demonstraties, eisen, lichamen in de stad. Esthetiek was toen ondergeschikt aan urgentie.

Wat haar uniek maakt, is niet één stijl, maar één houding. Ze liet zich niet vastpinnen: avant-garde in de jaren dertig, organisator in 1937, onderduiker en vervalser in de oorlog, chroniqueur van de vrouwenbeweging daarna. Haar nalatenschap ligt bij het Maria Austria Instituut, waarvan zij later bestuurder was naast Benno Premsela en Paul Huf. De cirkel sluit daar: de vrouw die ze in de jaren dertig ontmoette, bewaart nu haar oeuvre.

Wat mij raakt, is die stille consistentie. Geen mythe à la Capa, geen heldenrol, wel een heldere blik die een eeuw uithield. Persoonlijk en maatschappelijk engagement vallen bij haar samen — van de Városház utca tot de Keizersgracht tot het Stedelijk.

Eva Besnyö – De bevrijde camera is vanaf het najaar 2026 te zien in het Fotomuseum Den Haag.

Lees ook eens over Edward Steichen op de site.
Of over Joel Meyerowitz of de pagina over Robert Frank.
Of lees mijn SYNTHESE, wat verbindt en wat onderscheidt.

Eva Besnyö – De bevrijde camera is tot 31 januari 2027 te zien in Fotomuseum Den Haag.