Knotwilgen – een monochrome beschouwing over tijd, weerstand en berusting.
Langs verlaten dijken en kletsnatte velden staan ze: knotwilgen, verminkt en verankerd tegelijk. Wat ooit een jonge twijg was, is nu een knoestig lichaam dat zich niet verzet tegen de seizoenen, maar zich er in alle stilte aan overgeeft. Ze zijn niet geplant om mooi te zijn, maar om te dienen. En toch, in hun getekende bast en hun herhaald gesnoeide vorm, schuilt een onmiskenbare waardigheid. Een vorm van standvastigheid die geen erkenning zoekt.