OVEN
Het smeltproces bij bronsgieten is een boeiende mix van techniek en vakmanschap. Alles begint met de materiaalkeuze: brons bestaat vooral uit koper en tin, soms aangevuld met andere metalen om eigenschappen zoals hardheid, kleur of slijtvastheid te sturen. Daarna weegt de gieter de metalen zorgvuldig af en mengt ze in de juiste verhouding, want die samenstelling bepaalt uiteindelijk het karakter van het gietstuk.
Vervolgens gaat het metaal de oven in. In een gas- of elektrische smeltoven verhit men het mengsel tot het vloeibaar wordt, meestal rond de 900 tot 1000 °C. Zodra het brons volledig gesmolten is, giet de gieter het vloeibare metaal in een mal. Die mal kan van zand, keramiek of metaal zijn, afhankelijk van het gewenste detailniveau en de afwerking.
Daarna volgt het afkoelen. Het brons moet rustig uitharden; hoe dikker het stuk en hoe anders de mal, hoe langer dat duurt. Als het gietstuk voldoende is afgekoeld, verwijdert men de mal en begint de afwerking: ontbramen, schuren, polijsten en soms het aanbrengen van patina om de kleur en uitstraling te bepalen. Tot slot inspecteert men het resultaat op foutjes of porositeit en werkt het zo nodig bij, eventueel met een beschermende coating.
























