PERROQUET
PERROQUET
Deze lente, ergens op een zonnig pleintje in een Europese stad, stond de tijd even stil. Ik ontmoette haar: een vrouw met een glimlach die meer rimpels van levensvreugde dan van zorgen vertoonde. Op haar schouder troonde een sneeuwwitte papegaai, gekleed in een minuscuul wit hesje, als een kleine, gevleugelde butler. In haar tas zat een tweede, discreet meereizend. Twee papegaaien, één dame, één moment.
We spraken over niets en alles. Over de stad, over vogels die praten maar nooit echt antwoorden, over hoe we allemaal wel een beetje een papegaai zijn — napratend wat de wereld ons influistert, hopend dat we er op een dag iets oorspronkelijks van maken. Zij droeg haar vogels met een vanzelfsprekende elegantie, alsof het de normaalste zaak van de wereld was om je dagelijkse bagage te delen met wezens die je zowel kunnen bijten als troosten.
Er zit iets filosofisch in deze foto. In een wereld vol haast en algoritmes kiezen sommigen ervoor om letterlijk een andere wereld op hun schouder te nemen. Een wereld van veren, gekras en onvoorspelbare loyaliteit. Het is een stille ironie: wij mensen, die zo naar vrijheid verlangen, slepen vaak onze eigen kooitjes mee — banen, verwachtingen, smartphones. Zij niet. Zij heeft haar vrijheid gewoon meegenomen. Twee keer.
De papegaai kijkt recht in de lens, bijna wijs. Alsof hij wil zeggen: “Je mag dan de foto maken, maar ik ben degene die op haar schouder zit.” En zij lacht, met die milde, wetende lach van iemand die allang heeft besloten dat het leven te kort is om zonder vogels te doen.






























