SKATEBAAN
Op het beton van de skatebaan bij Scheveningen staat een hand die de lens vasthoudt. Niet de zee, niet de windmolens, niet de grijze lucht erboven, maar het kijken zelf.
Iemand heeft hier, tussen leuning en horizon, een gebaar geschilderd dat de fotograaf herkent: de vingers die de realiteit inkaderen, de duim die rust, de stromende vormen die lijken te ontsnappen aan het moment. Het beton is hard, de schildering blijft, terwijl alles wat zij toont alweer wegspoelt — de golven, de wind, de skateboarders die net voorbij zijn gegleden.
Hier, op deze plek waar strand en stad elkaar raken, wordt de camera een spiegel. De hand kijkt terug. Niet naar de fotograaf, maar naar het verlangen om te vangen wat niet te vangen is. Het abstracte is geen ontsnapping aan de werkelijkheid, maar de werkelijkheid die zichzelf even loslaat van haar naam. Een hand, een lens, een muur. En daaronder, onzichtbaar, de stilte van iemand die alweer doorloopt over het zand.






























